In de arena, voor de leeuwen. Zo voelt het en dat is het beeld dat mij op dit ogenblik overweldigt.
Zowat een half jaar geleden heb ik toegezegd om enkele gedichten voor te lezen bij de voorstelling van een nieuwe dichtbundel van een, in onze streken (en in de juiste kringen), bekend dichter en vriend van mijn zus. Ik had net een cursus ‘Zelfvertrouwen – Zelfwaardering’ achter de rug en het leek mij iets wat ik wel zou (aan)kunnen. Tot nu toe heb ik slechts enkele van mijn gedichten voorgelezen voor een heel beperkt publiek van maximum vijf mensen, die ik ook een beetje kende en bovendien niet echt iets met het schrijver- of dichterschap te maken hadden. Het vooruitzicht van een groter en onbekend publiek voelt helemaal niet goed. Ik voel me heel onzeker en ook ontzettend kwetsbaar. Bovendien vind ik dat mijn gedichten, of toch de meeste ervan, zich beter lenen tot opname in alle intimiteit. Er moet nog een maand voorbijgaan vooraleer het evenement(je) plaatsvindt, maar telkens ik er aan denk, slaat mijn hart over en bonst daarna in mijn borst en in mijn keel. Hoe dichterbij de dag komt, hoe meer de ‘flight or fight’-reactie zich in gang zet, telkens ik aan het evenement herinnerd wordt. In dit geval resulteert het gieren van de adrenaline door mijn lichaam enkel in de ‘flight’-reactie. Van ‘fighting’ is geen sprake. Zelfvertrouwen – mezelf vertrouwen, naar waarde schatten - bij de enkele mensen die ik goed ken, is het geen probleem (meer). Mezelf naar waarde schatten, wanneer ik tegenover vreemde mensen sta, tegenover mensen die zichzelf dichter noemen … Er is nog steeds (veel) werk aan de winkel… Maar wat heb ik te verliezen ? Niets toch. Rationeel weet mijn hoofd dit. Gevoelsmatig zegt mijn lichaam echter: “alles! dus niet doen!” Maar zegt mijn lichaam dit echt? Neen, het reageert enkel razendsnel op gedachten, ook als ik zelf van deze gedachten (nog) niet bewust ben. Nu ik er dieper over nadenk, zie ik dat ik nog steeds opkijk naar die anderen, naar hen die zichzelf een naam durven te geven, in dit geval ‘dichter’ of ‘schrijver’; naar hen die in de schijnwerpers durven te stappen. ‘Ze zullen wel veel beter zijn’ … ‘Ze zullen mij maar niks vinden’ … Ik zie dat ik het (nog steeds) belangrijk vind wat anderen van mij denken, belangrijker dan wat ik van mezelf vind. Ik zie dat perfectionisme binnensluipt. Ik vrees dat ook zelfverwijten binnensluipen: “je bent laf en klein als je dit niet durft te doen”. Ik realiseer me dat ik op uitdagende momenten, diep van binnen, nog steeds dat meisje ben, dat probeerde alles goed te doen om toch maar aardig gevonden te worden, maar dat desondanks niet goed genoeg bevonden werd, dat telkens opnieuw te horen kreeg dat ze niets waard was en het zeker niet ver zou schoppen. (En om misverstanden te voorkomen: het waren niet mijn ouders die mij als kind naar beneden haalden, wel een samenwonende grootmoeder, waartegen ook mijn ouders niet durfden in te gaan.) Het is weer tijd om sterk terug op te staan; of op zijn minst dit trachten te doen. Ik raap me dus voor de zoveelste keer bijeen en neem me voor er het beste van te maken. Daarna zie ik wel weer. |
Posts tonen met het label twijfelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label twijfelen. Alle posts tonen
7 oktober 2016
In de arena
15 oktober 2015
13 oktober 2015
Tweesprong
Als (klein) kind, en ook als puber en (jong) volwassene, was ik tamelijk stil en verlegen.
Een braaf kind ook. Volgzaam. Met toch een eigen mening, die ik dan weer heel dikwijls goed wist te verbergen. Ik was geen groepskind maar speelde liever een rustig spelletje met één kameraadje. Ik kon heel erg opgaan in spelletjes en me verliezen in boeken en in knutselen, tekenen en kleuren, maar werd steeds terug uit mijn eigen wereldje gehaald en in de 'echte' wereld geplaatst.
Door de jaren heen leerde ik me aanpassen, aan wat de omgeving en de wereld van me leken te verwachten. Voor een groot deel lukte dat. Ik had geleerd me sociaal te gedragen: kantoor, feestjes, etentjes, uitstapjes, hand(jes) schudden, mensen kussen die ik niet of weinig kende, small talk, en ga zo maar verder… Af en toe viel ik wel eens door de mand en werd dan als 'flauw' en 'asociaal' geclassificeerd.
Een paar keer in mijn leven ging ik er onderdoor – beetje depressief, hyperventileren, angstaanvallen – legde echter geen verband en kreeg medicatie en sport als oplossing aangeboden. In zijn geheel genomen had ik het idee, dat ik me toch een plaats in de wereld had veroverd. Ik draaide min of meer perfect mee in de mallemolen van de sociale interactie en dacht dat het zo hoorde. Tot ik tijdens een zoektocht - naar meer en anders - de boeken van Elaine Aron ontdekte en een therapeut bezocht die me onder andere diets maakte dat ik mezelf mocht zijn; 'moest' zijn zelfs – één van de weinige 'moeten' die er mogen zijn. Het klinkt raar dat iemand je dit moet duidelijk maken, na je zestigste nota bene. Voor de meeste mensen is dit een vanzelfsprekendheid, vermoed ik toch. Mede hierdoor stond opeens mijn hele wereld op zijn kop. Mijn met veel moeite geboetseerde sociale masker kwam los te zitten. Mijn (eigen) manier van zijn, welke ik van jongs af had afgestemd op verwachtingen, was helemaal niet zo 'fout' als ik me had laten wijsmaken. Niet iedereen heeft nood aan een druk sociaal leven. Niet iedereen wil assertief kunnen repliceren, maar liever zijn antwoord over- en afwegen voor het geuit wordt, … bijvoorbeeld. Er bestaan nog van mijn soort stillere en meer gevoelige mensen, en vooral… er is niets verkeerd aan. Het wordt alleen niet als 'normaal' gezien in onze maatschappij waar omgangsvormen gedicteerd worden door mensen die wel open en assertief zijn en daarbij ook nog de meerderheid uitmaken. Daar stond ik, met een gevoel van vervreemding dat ontstaan was door het gedrag dat ik me in de loop van de tijd had aangemeten. Die vervreemding had er nog een laag bij gekregen door mijn nieuw verworven inzichten. De aangepaste versie van mezelf, die schijngestalte, was me ondertussen goed bekend; maar wie was de weggemoffelde versie? De ervaring leek - en lijkt - een ‘time and space warp’. Ik werd als het ware naar een tweesprong gekatapulteerd, met de keuze om min of meer door te gaan op de manier die ik me jarenlang had eigen gemaakt, of mijn nieuwe oude zelf te verkennen. De eerste mogelijkheid is de gemakkelijkste, maar daar laat ik een stuk van mezelf achter. De tweede is moeilijk, een uitdaging, en vraagt inspanning en durf. Het is een persoonlijke, onontgonnen weg die moet gegaan worden met een ontgrendelde, kwetsbare, ontmaskerde persoonlijkheid. Pfffh! Ondertussen is er meer dan twee jaar verlopen sinds ik voor het eerst aan de tweesprong stond. Dat is geen prettige plaats. Het is een plek van onrust waar ik dikwijls vertwijfeld ter plaatse sta te dralen. Ik loop een eindje de ene richting op, kom terug en loop dan weer een stukje de andere richting uit. De afstanden die ik in beide richtingen loop, veranderen wel mettertijd. Steeds kortere stukken op de oude, vertrouwde (?), goed onderhouden weg en heel voorzichtig, steeds iets langere stukjes, op de ongeplaveide, ongekende weg. Het is een weg met putten en stenen en telkens ik die weg op ga, neem ik zelf enkele stenen mee om mijn volgende stappen op te zetten. Zo wordt die weg niet geplaveid met goede voornemens maar met ‘stepping stones’, waardoor ik de volgende keer gemakkelijker enkele stappen verder die richting op kan gaan tot er hopelijk een ogenblik komt, dat ik niet meer terug naar de tweesprong wil. |
23 januari 2015
Leve de twijfel !
Gisteravond hoorde ik in DWDD bij het thema ‘Jouw vrijheid, mijn vrijheid’, Aad Van den heuvel zeggen:
‘…een absolute voorwaarde voor vrijheid is het recht om te twijfelen en het recht om die twijfel uit te spreken. Ik heb een bloedhekel aan mensen die dingen zeker weten, die niet twijfelen. En geloof me, daaronder vind je de radicalen, de extremisten en de fundamentalisten’. … ‘Om te twijfelen is nodig: onderwijs, en een beetje om je heen kijken in de wereld en vooral die twijfel toelaten.’
Twijfelen is durven je kwetsbaar opstellen, dacht ik.
Als iemand denkt dat zijn/haar zekerheid wordt afgenomen door een ander, door iets wat gevraagd of gezegd wordt, dan vermoed ik dat die persoon bang is van de eigen twijfel, van de eigen onzekerheid. Dan denk ik dat hij/zij ook bang is voor de eigen kwetsbaarheid.
Twijfel is actief. Als je twijfelt, moet je rondkijken, je wat afvragen, je mening aanpassen – of niet. Twijfelen vraagt een inspanning van de geest. Dankzij de twijfelaars komen er nieuwe ideeën, uitvindingen, toepassingen, enz. Door te twijfelen krijg je nieuwe inzichten.
Twijfelen is ook durven. Het vraagt moed om rond en in jezelf kijken. Dat is ook de kwetsbaarheid: naar buiten, naar die zekere wereld toe te durven tonen dat je twijfelt.
Bij twijfel is niets zeker, maar daar tegenover staat dat er oneindig veel mogelijkheden openliggen.
Zekerheid is passief en lui. De dingen zijn zoals men het (zichzelf) geleerd heeft. Men hoeft er niets voor te doen, niet na te denken, niet te twijfelen. Het is een status quo waaraan niet getornd wordt.
Uit zekerheid ontspruit niets nieuws. Uit zekerheid ontstaan tirannieke regimes – en niet alleen op het niveau van landen en staten. Je ziet het gebeuren in organisaties, clubs, relaties, enz., waar de zekerheid van ‘het is altijd zo geweest’ of ‘we hebben het altijd zo gedaan’ of ‘ik weet het want ik heb het zo geleerd’, enz., belet dat er vernieuwing komt en/of vrijheid heerst; belet dat men zich vrij kan voelen.
De enige zekerheid die er zou mogen zijn is dat men de twijfel mag toelaten. Dus, lang leve de twijfel!
‘…een absolute voorwaarde voor vrijheid is het recht om te twijfelen en het recht om die twijfel uit te spreken. Ik heb een bloedhekel aan mensen die dingen zeker weten, die niet twijfelen. En geloof me, daaronder vind je de radicalen, de extremisten en de fundamentalisten’. … ‘Om te twijfelen is nodig: onderwijs, en een beetje om je heen kijken in de wereld en vooral die twijfel toelaten.’
Twijfelen is durven je kwetsbaar opstellen, dacht ik.
Als iemand denkt dat zijn/haar zekerheid wordt afgenomen door een ander, door iets wat gevraagd of gezegd wordt, dan vermoed ik dat die persoon bang is van de eigen twijfel, van de eigen onzekerheid. Dan denk ik dat hij/zij ook bang is voor de eigen kwetsbaarheid.
Twijfel is actief. Als je twijfelt, moet je rondkijken, je wat afvragen, je mening aanpassen – of niet. Twijfelen vraagt een inspanning van de geest. Dankzij de twijfelaars komen er nieuwe ideeën, uitvindingen, toepassingen, enz. Door te twijfelen krijg je nieuwe inzichten.
Twijfelen is ook durven. Het vraagt moed om rond en in jezelf kijken. Dat is ook de kwetsbaarheid: naar buiten, naar die zekere wereld toe te durven tonen dat je twijfelt.
Bij twijfel is niets zeker, maar daar tegenover staat dat er oneindig veel mogelijkheden openliggen.
Zekerheid is passief en lui. De dingen zijn zoals men het (zichzelf) geleerd heeft. Men hoeft er niets voor te doen, niet na te denken, niet te twijfelen. Het is een status quo waaraan niet getornd wordt.
Uit zekerheid ontspruit niets nieuws. Uit zekerheid ontstaan tirannieke regimes – en niet alleen op het niveau van landen en staten. Je ziet het gebeuren in organisaties, clubs, relaties, enz., waar de zekerheid van ‘het is altijd zo geweest’ of ‘we hebben het altijd zo gedaan’ of ‘ik weet het want ik heb het zo geleerd’, enz., belet dat er vernieuwing komt en/of vrijheid heerst; belet dat men zich vrij kan voelen.
De enige zekerheid die er zou mogen zijn is dat men de twijfel mag toelaten. Dus, lang leve de twijfel!
Abonneren op:
Posts (Atom)


