Internationale Vrouwendag werd meer dan 100 jaar geleden in het leven geroepen als een actiedag i.v.m. vrouwenrechten en ongelijkheid. Het is schrijnend dat na meer dan een eeuw, een vrouwendag nog steeds nodig is.
Aan mensen die denken dat op vrouwendag complimenten, bloemen of pralines moeten worden uitgedeeld, verwijs ik naar mijn eerste zin. Gelijkheid en rechten, dáárover gaat vrouwendag. Ik wil hier geen groot betoog houden. Dat gebeurt al genoeg – te veel misschien – in kranten, tijdschriften, tv-programma’s en digitale media. Een betoogje over kleine, dagelijkse ongelijkheid echter, kan ik niet laten. Het komt vanuit ervaring(en) en het betreft de kleine verschillen, zoals -niet au sérieux genomen worden als een gesprek gaat over technische onderwerpen, -het uit handen nemen van bepaalde werkinstrumenten of -gereedschap, -de vooringenomenheid i.v.m. interesses, -welke drankjes aangeboden worden, -het soort geschenken dat gegeven wordt, -enz… . Geschenken, één van de verschillen waarvan ik triest kan worden. Een voorbeeld: wanneer mijn partner in het ziekenhuis bezoek ontving, waren de kleine geschenken die hij kreeg: bier, wijn en heel soms iets om te lezen of fruit en chocolade. Toen ik in het ziekenhuis bezoek kreeg, stond mijn kamer vol bloemen. Bloemen vind ik niet lelijk – hoewel ik ze liever buiten in de natuur zie dan in een vaas – maar wat is er mis met een wijntje, een biertje, een krant, of een goed boek als geschenk voor een vrouw? Waarom krijgt een zieke man geen bloemen? Waarom moet daar een verschil gemaakt worden? Dat verschil getuigt volgens mij van twee zaken: vooringenomenheid (dat er een soort natuurlijk verschil in interesse is tussen mannen en vrouwen) en ongeïnteresseerdheid in de persoon aan wie men het geschenk geeft. Als je bij de grote ongelijkheid in de wereld, tussen mannen en vrouwen, maar ook tussen bevolkingsgroepen, de vooringenomenheid en desinteresse zou kunnen elimineren, zou het een grote stap voorwaarts naar gelijkheid kunnen zijn én naar een betere wereld. Het wordt dringend tijd dat we elkaar respectvol als mensen zien, allemaal verschillend, allemaal waardevol en met niet alleen een buitenkant. En als laatste opmerking: mensen denken soms dat als we elkaar gelijkwaardig zouden behandelen, het spel van aantrekkingskracht (tussen de seksen) zal verdwijnen. Mijn stelling is dat bij respectvol met elkaar omgaan, de aantrekkingskracht tussen de seksen daar niet zal onder lijden, ik ben zelfs overtuigd van het tegendeel. |
Posts tonen met het label interesse. Alle posts tonen
Posts tonen met het label interesse. Alle posts tonen
8 maart 2018
Over verschillen
24 mei 2016
Vragen
Eén van mijn karaktertrekken is nieuwsgierigheid en die gaat samen met interesse, verwondering en leergierigheid. Van jongs af was ik iemand die vragen stelde.
Mijn meest gestelde vraag was/is 'waarom?', de tweede was 'hoe?'. Ik nam niets zomaar (voor waar of noodzakelijk) aan. Ik wilde vooral begrijpen, en dit niet louter op een cognitieve manier. Mijn moeder noemde me 'ongelovige Thomas', niet vanwege een ongeloof dat in mij zou huizen, wel omdat ik alles in vraag stelde, over álles vragen stelde en met verwondering kon geïnteresseerd zijn in van alles en nog wat. Dat kon gaan van hoe een wekker in elkaar zat, over hoe een plant groeide, waarom poppen niet weenden, waarom vliegtuigen knalden als ze door de geluidsmuur vlogen, hoe die muur er dan uitzag, waarom twee kleuren verf een andere kleur gaven, waarom er geen bloed in je mond zat als je toch per ongeluk op de hostie beet, tot waaróm ik die slechte pap 'moest' eten of waaróm ik iets niet mocht doen. De vragen bleven komen. Mijn moeder, die ook nog voor drie andere kinderen moest zorgen, kon daar niet zo goed mee omgaan en als snel wist ik dat ik bij mijn vader moest zijn met mijn vragen. Interesse, nieuwsgierigheid, verwondering zijn geen slechte eigenschappen. Als de mens zich geen vragen had gesteld, zou de mensheid nu nog in holen wonen. Sinds een tijd ben ik tot het besef gekomen dat al mijn vragen gingen over andere dingen en mensen, over gebeurtenissen die meestal niet rechtstreeks met mij te maken hadden. Ik dacht te weten wie ik was, namelijk een onbelangrijk iemand, en ik richtte mijn aandacht naar buiten. Mezelf stelde ik weinig of niet in vraag, zeker niet in een positieve zin. Ik wist bijvoorbeeld wel wat er allemaal verkeerd aan mij was, maar vroeg me nooit af wat er goed zou kunnen zijn aan mij. Ik vroeg me ook niet af of mijn zogenaamde verkeerde kanten, wel degelijk verkeerd waren. Nu begrijp ik dat het naar buiten gericht zijn, een manier van zelfbescherming was, niet de juiste, wel de enige manier die ik kende of geleerd had en daardoor was het indertijd ook weer niet de verkeerde manier. Je naar buiten richten is op zich niet fout, maar je moet je ook naar binnen kunnen of durven richten. Er is een 'soort' evenwicht nodig tussen 'naar binnen' en 'naar buiten'. Het inzicht en de ommekeer kwamen niet in één keer, maar het kantelmoment was iemand die me zei: 'je bent goed zoals je bent'. Oh!? Kan dat? Mag dat? Daarna leerde ik langzaam aan (de juiste?) vragen stellen over mezelf, mijn ervaringen, mijn leven, … Bijvoorbeeld: Wat raakt me zo in deze ervaring? Hoe raakt me dat? Waar raakt me dat? Waarom raakt me dat? Wat voel ik juist? Wat leert me deze ervaring (positief en/of negatief)? Wat kan ik doen om deze ervaring positief te gebruiken? Welke (zelf)zorg kan ik mezelf geven om deze ervaring goed te verwerken? Waarom doe of deed ik dit (niet)? Waarom vind ik dit mooi? Hoe 'voel' ik me echt? Enzovoort... Naar binnen gaan dus en daar de waarom- en hoe-vragen gebruiken voor mezelf, met een open hart en geest, met evenveel nieuwsgierigheid, interesse en verwondering. En daarna leren accepteren dat ik niet alle antwoorden kan of zal hebben, dat er zelfs soms helemaal geen antwoord(en) zijn. Ook dat had zijn tijd nodig. Ondertussen blijf ik leren. Hoe je naar binnen kan gaan, zonder vragen te stellen, bijvoorbeeld, gewoon 'zijn' en laten komen wat komt. Hoe je ook kan leren, zonder vragen te stellen. |
Abonneren op:
Posts (Atom)

