Posts tonen met het label zelfzorg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zelfzorg. Alle posts tonen

13 september 2019

Over de slachtofferrol en compassie

Wanneer mensen met ‘compassie voor zichzelf’ bedoelen: mededogend, begripvol, liefdevol voor zichzelf zijn, dan zijn ze op goede weg. Maar als ze daarmee bedoelen: medelijden met zichzelf hebben, dan niet - hoewel dat ook heel menselijk is.
Met dit soort compassie komen we nergens. En het is dit soort compassie dat we hebben als we in een slachtofferrol kruipen, wanneer we denken of vinden dat anderen schuld hebben aan hoe we ons voelen.

We kunnen andere mensen niet veranderen. We kunnen enkel aan onszelf werken. De goede dingen die we doen, zoals zorgzaam zijn, plichtsbewust, empathisch, enz., kunnen we niet verwachten van anderen. Ze zijn nu eenmaal wie ze zijn. Geven doe je omdat je wil geven, niet om iets terug te krijgen – hoewel het natuurlijk heel fijn is wanneer we daar wel iets voor terugkrijgen.
Vaak zijn we zo met alles en iedereen bezig, dat we onszelf vergeten. En daar wringt het schoentje. ‘Wij’ zijn degenen die aan onszelf moeten (beginnen) denken en af en toe ook aan onszelf geven wat we aan anderen geven, ongeacht wat anderen daarvan denken of hoe ze zullen reageren. We hoeven daarvoor niet egoïstisch te worden. We hoeven er enkel ook voor onszelf te zijn, op de manier dat we er voor anderen zijn.

Ons leven ligt in onze eigen handen. En er zullen altijd wel mensen zijn die dingen (zullen) doen die ons negatief raken. Het is aan ons om te leren hoe daar mee om te gaan en er op zulke momenten voor onszelf te zijn; onszelf liefdevol te bejegenen.
Dan stappen we uit de slachtofferrol en nemen we ons leven in eigen handen.

Voor sommigen klinkt dit nu misschien hard en dat begrijp ik. Ik kreeg het ooit ook zo voor mijn kiezen - althans zo voelde het toen aan - op het moment dat ik mijn leven en mijn sensitiviteit met alles wat daaruit voortvloeide of mee in verband stond niet zo rooskleurig inzag.

Alles zit in onszelf en alles begint bij onszelf.

(geschreven naar aanleiding van een FB-post, en met de hoop dat er inzicht uit voortvloeit)



11 september 2019

Geluk

Dirk De Wachter, en met hem nog vele anderen, roepen op om niet zo te streven naar het geluk. 'De jacht op geluk is een existentiële vergissing' zei hij ooit ergens in een artikel in De Morgen. Geluk als doel stellen in het leven, is vragen naar miserie.
Ik begrijp de stelling en ik sta daar ook achter. Het constant op geluk jagen, ook het zoeken van steeds verdergaande kicks, kan alleen maar tot gevolg hebben dat we teleurgesteld zullen worden en dat het gezochte geluksgevoel steeds ongrijpbaarder wordt.
Men wordt daar niet gelukkig(er) van.

Ik denk dat we naar het geluk zoeken omdat we een leegte ervaren; een leegte die we willen opvullen. Zingeving, tevredenheid, zelfrespect, zijn enkele van die gevoelens die we zoeken in geluk.
Geluk is niet die hoge piek die we ervaren bij een kick, of bij een verliefdheid.
Geluk is zacht en is niet buitenaf te vinden, maar in onszelf.

Er is echter een groot verschil tussen het niet vinden van dat gezochte geluksgevoel en ongelukkig zijn. Het zou natuurlijk wel kunnen dat we op de duur ook echt ongelukkig worden wanneer we constant het deksel op onze neus krijgen terwijl we jagen op geluk.
Ongelukkig zijn is een donker, duister gevoel, misschien wel een voorbode van, of verwant aan depressie. Wanneer we ongelukkig zijn, streven we niet naar geluk. We willen wel van dat donkere ongeluksgevoel af, want het weegt zwaar op ons (gemoed).

We weten: het leven is niet enkel rozengeur en maneschijn. Iedereen krijgt met grote en minder grote tegenslagen te maken. Dat is het leven en daar leren we best mee te leven.

Geluk is geen staat van zijn, het zijn momenten, waarvoor je dankbaar kan zijn.

En wat als verdrietig zijn en/of je niet-gelukkig voelen, wel een staat van zijn is, met af en toe een onderbreking door gelukkige momenten?
Bitmoji Image



8 november 2018

Ontmoeting en strijd

De avond was verdeeld in twee periodes.

De eerste periode was een gezellig keuvelende omzwerving, van de ruimte tot de mens, tussen natuurfilmpjes en filosofische lezingen, door een woud van muziek, teksten en boeken. Een conversatie met een gelijkgestemde ziel, waar een mens energie en inspiratie uit haalt.
Zo’n gesprek helpt om na te denken over de dingen die zijn, helpt om je hart en je gevoel te laten meespreken. Er zijn geen vaststaande stellingen, geen oordelen. Wel observaties en indrukken die verwoord worden. Er wordt gesproken vanuit jezelf en vooral… er wordt geluisterd met een open geest.
Uit die gedachtewisseling vormt zich een ontmoeting.

De tweede periode, waar anderen - die gewoon als mens best oké zijn - zich bij ons gezelschap voegden, bracht spanning en alertheid. Het werd een gesprek van niet als dusdanig herkende oordelen en verwachtingen, van gelijk halen ook. Er werd gesproken in verplichtingen en conventies, in tegenstellingen en gewenste gelijkenissen.
In zulk gesprek word je meegesleurd met de emoties van de ander(en), of je tracht krampachtig deze emoties van je weg te houden. De uitdaging om bij jezelf te blijven, om een open geest te behouden, is groot. Je laveert voortdurend op de grens tussen blijven en opstappen. Het is een gesprek waarvan je moet bekomen, bijkomen, recupereren – lichamelijk en geestelijk.
En ook al bedoelt iedereen het goed, toch heeft de gesprekstafel zich getransformeerd in een arena waar een verbale strijd wordt gevoerd.

Het contrast - (voor mij) zo ongelofelijk groot - gidst me echter wel naar mijn eigen noden, naar de ingeslagen weg van ontmoetingen met gelijkgestemden, naar het scheppen van meer harmonie.
Dus… dankjewel voor deze les.


26 juni 2018

Het onaanvaardbare toch aanvaarden

"Het onaanvaardbare toch aanvaarden" zei de therapeut tegen mij, toen ik - naast andere dingen - begon met leren loslaten en ik dat toch zo moeilijk vond. "Bijna onmogelijk", zei ik. "Dan moet je het onmogelijke leren aanvaarden", was het antwoord.
Om dat te leren, ging op zoek naar ‘hoe?'
Ik vond verschillende manieren: ik merkte dat boeken me konden helpen; ik vond een uitstekend hulpmiddel in de FasterEFT praktijk bij Anke; ik ging alleen wandelen; en ik begon ook (mindful) te mediteren. Het hielp allemaal om te leren loslaten.

Loslaten is in de eerste plaats de dingen laten zijn; niet wegduwen, niet berusten, geen afstand nemen, maar aanvaarden - met mededogen aanvaarden.
Dat is niet hetzelfde als onze gedachten naar iets anders, beters, mooiers, leiden; of fanatiek gaan sporten zodat we alles vergeten; of hard werken om onze aandacht bij andere zaken te houden – dat is wegduwen en helpt maar tijdelijk. Het is integendeel naar de problemen, de pijn, het verdriet, kijken, ze doorvoelen en ze er laten zijn.

Om echt te kunnen aanvaarden, is het nodig eerst alles van onszelf te aanvaarden. Daar begint het oefenen: met mededogen naar onszelf leren kijken; aanvaarden dat we pijn en wonden en littekens hebben, dat we niet perfect zijn, dat we niet alles kunnen oplossen, dat we niet altijd kunnen beschikbaar zijn, dat we niet meer zo fit of gezond zijn, dat we niet zo jong meer zijn, dat we ons soms ongewenst voelen terwijl we verbinding zoeken; aanvaarden dat we sommige dingen moeilijk kunnen aanvaarden, enz… We oefenen om onszelf met mededogen te omarmen met alle positieve en minder positieve dingen die we bij onszelf zien.
Dat doen we door de tijd te nemen om te kijken naar onszelf en te voelen wat we voelen.
Het is bijvoorbeeld niet zeggen: 'oh maar ik weet wat of wie ik ben hoor! Ik trek me niets aan van wat anderen zeggen. Ik ben mezelf.' en even later knorrig zijn op jezelf omdat je dit of dat niet gedaan krijgt.
Het is ook niet het weigeren om de pijn of het verdriet te voelen.
Het is gaan zitten en kijken. En met mededogen aanvaarden.
Het is gaan zitten en voelen. Voelen waar de pijn, het ongemak, het verdriet, de onmacht, zich manifesteert in ons lichaam en die pijn, dat ongemak er laten zijn.
Het is de confrontatie met onszelf aangaan, maar zonder te vechten.
Het is kijken, durven kijken, met milde aandacht en voelen; opmerken zonder ons er op te fixeren.  Kijken en voelen en laten zijn.
Telkens opnieuw.

Dat zitten, kijken, voelen, kan op vele manieren en plaatsen. Het kan bijvoorbeeld op een meditatieplaats, of alleen in een zetel thuis, of een uurtje op een bank in het bos, op een bank in een kerk of kapel, .... alleen of in ieder geval in stilte en ongestoord – niet de stilte van ‘geen geluid’ maar de stilte van op jezelf zijn en alles er laten zijn.

En terwijl we bezig zijn met onszelf te leren aanvaarden, leren we ook aanvaarden en loslaten van wat buiten onszelf ligt. En we leren dat niet met ons verstand, maar met ons wezen.
We leren met mededogen kijken naar de pijn van anderen en we leren hen in hun pijn te laten zijn. Zij zullen zelf hun eigen wonden moeten (leren) helen, want wij hebben geleerd dat enkel wijzelf onze eigen pijn kunnen wegnemen en onze wonden kunnen helen. Zij verdienen het om zelf hun pijn en verdriet te verwerken.
We zullen wel klaar staan, wanneer zij om hulp vragen, én als we in de mogelijkheid zijn om die hulp te bieden. En we zullen leren aanvaarden dat we dit niet altijd zullen kunnen. We leren dat iedereen zelf zijn pijn zal moeten verwerken; indien mogelijk of noodzakelijk met hulp - onze hulp of die van een professionele hulpverlener. We kunnen niet bij anderen de pijn wegnemen, we kunnen enkel voor onze eigen pijn zorgen, ook als die pijn anderen betreft.
En soms is dit 'het onaanvaardbare toch aanvaarden'.

---

P.S. Ik schreef dit stukje omdat onlangs iemand me vroeg naar het 'leren loslaten'.




12 maart 2018

Open je hart

Het is na middernacht en ik heb een hoofd dat op ontploffen staat, met een pijn die er in rondwandelt. Komt het van die twee glaasjes cava? Of van de suiker in het gebak? Zou kunnen. Maar toch, die glaasjes dronk ik twaalf uur geleden. Neen, ik weet zeker dat de oorzaak overprikkeling is.

Eén of twee keer per jaar is er bij één van mijn pluskinderen een feestje voor de kleinkinderen. Ik verplicht mezelf om mee te gaan (dit om niet te zeggen ‘ik moet meegaan’).  Oh, ik zou gewoon willen zeggen dat ik liever thuis blijf. Het zou echter niet begrepen worden. Van de andere kant vind ik dat een mens - ook een heel gevoelige - soms al eens iets moet kunnen doen dat hem/haar niet zo goed ligt. En er zijn altijd een paar mensen die ik toch weer graag terugzie.
Ik ga dus mee.

Je leert uit ervaringen. Door die ervaringen weet je dat bepaalde mensen, of mensengroepen, je niet goed liggen; dat ze niet goed voor je zijn. Ze zuigen je energie op. Je wil dus die mensen liefst mijden. Soms echter zijn dat mensen die je niet zomaar kan mijden, zoals op familie bijeenkomsten. Een andere les is dan toch te proberen je hart open te stellen en de situatie te aanvaarden zoals ze is.  Dat probeer ik dus.

Onderweg in de auto voel ik een wrevel opkomen. Wrevel omdat ik weer naar zo’n feestje moet.  Ik denk: ‘meisje, maak het je gemakkelijker, open je hart, dat is zoveel mooier en beter’.  Dat doe ik dus, onderweg, in de auto.
Aangekomen blijkt dat we allemaal moeten buiten zitten, weliswaar bij tijden in de zon, maar toch… het is 15°.
‘Open je hart… open je hart...’
Ik probeer er het beste van te maken, houd mijn te dunne jas en mijn sjaal aan, wrijf regelmatig over mijn benen, die koud zijn vanwege een te dunne pantalon.
‘Open je hart… open je hart...’
Ik neem me voor om een paar keer naar binnen te gaan, om op te warmen en om alles even achter me te laten, maar ... ik doe het niet. Ik zit als vastgenageld op mijn stoel. Eén keer verwissel ik van plaats, wanneer de zon weg is van het hoekje waar we zitten en iedereen in een grote kring, midden op de gazon heeft plaatsgenomen – daar schijnt de zon nog wel. Ik sluit me aan en zet me op de vrije plaats op een bank, lekker met mijn rug naar de zon – wanneer die er doorkomt – maar ook met mijn rug in de wind, die ik door mijn dunne jas voel dringen wanneer de zon een tijdje achter een wolk verdwijnt. De bank heeft geen rugleuning en mijn rug krijgt dus lange tijd geen steun. Pfff...
‘Open je hart… open je hart...’
Op het moment dat de meeste gasten naar huis gaan, wordt gevraagd of we blijven om mee frietjes te eten. De andere grootouders blijven ook. Ik wou eigenlijk liever naar huis.
‘Open je hart… open je hart...’
Rond 20 uur vertrekken ook wij.

De nu negenjarige kleinzoon heeft zich vandaag weer twee keer van me weggedraaid wanneer ik hem wil begroeten, bij het aankomen en bij het weggaan. Dat gaat nu al jaren zo. Bij een volwassene zou ik tegenwoordig bij zo'n afwijzing kunnen denken dat het niet mijn probleem is, maar het zijne, maar bij een kind ligt dat moeilijker. Het knaagt. Ik weet ook nooit goed hoe daarmee om te gaan. Het lukt me dan ook niet mijn hart te openen; het sluit zich en ik voel me schuldig. En boos.

Thuisgekomen voel ik me doodop en koud. Heel mijn lijf schreeuwt dat ik er niet meer mee naartoe moet gaan. Het is nu de brokstukken bijeen vegen, (inwendig) zitten janken, en hopen dat ik in slaap zal geraken en dat met de nacht, de hoofdpijn zal verdwijnen.
Ik denk aan het gesprekje met Maurice, één van de aanwezige kinderen. Dertien jaar. Hij kwam naast mij zitten om zijn stukje taart op te eten en we hebben eventjes wat gepraat, over zijn studies. Bij hem opende mijn hart zich zonder moeite. Dat voelde goed. Dat gevoel zal ik trachten mee te nemen wanneer ik seffens naar bed ga. Of is het in dit geval ‘als’ ik naar bed ga, want al ben ik nog zo moe, de overprikkeling wint op zulke momenten. Misschien ga ik eerst nog even enkele bladzijden lezen in een boek dat mijn hart kan verblijden, en openen.