Het boek stond al enkele jaren te wachten in mijn kast. Waarom ik het zolang links liet liggen, weet ik niet echt. Was het omdat het levensverhaal van de auteur een zere plek bij me raakt? Vreesde ik te worden geconfronteerd met een schrijverschap waar ik enkel kan van dromen?
Bij de vele interviews met de schrijfster die ik hoorde, kon ik enkel sympathie bovenhalen, hoewel ik – gek genoeg – eigenlijk het tegengestelde wou. Wat zit er echt achter deze dubbele houding? Niet uitgekomen dromen? Durf, die ik dikwijls ver moet zoeken? Ze komt in ieder geval op één of andere manier heel dichtbij iets belangrijks. Maar ik heb het nu eindelijk gelezen. Zeven dingen die mij raakten in het boek; 1 Dat het geschreven is in mijn taal (waarmee ik niet het Nederlands bedoel), 2 Dat ik me kon identificeren met twee (soms drie) personages, 3 Dat de karakterschetsen herkenbaar waren, 4 Dat ik heb geweend, 5 Dat ik heb geglimlacht, 6 Dat ik het boek eindigde met een krop in mijn keel, 7 Dat het boek precies wist wanneer het moest gelezen worden (timing is zo niet alles dan toch veel). (Iemand die het boek gelezen heeft, zal het format van deze laatste alinea begrijpen) |
27 mei 2017
Hemels
23 mei 2017
Zegeningen
Ik voel me bijna schuldig, hier op deze vredige campingplaats onder het lover, beschut tegen de hete namiddagzon. Ik zeg wel: 'bijna', want ik geef me rekenschap van mijn zegeningen (I count my blessings). Je dan schuldig voelen is als vloeken in een stille kerk (waar komt deze vergelijking nu weer vandaan?).
Weer zijn er (vooral jonge) mensen vermoord. Manchester dit keer. Weggemaaid door haat. Dat gebeurt ook dagelijks op plaatsen die zich veel verder van mijn comfortabele bed bevinden. Dagelijks zijn er ouders, broers, zussen, kinderen, vrienden, die hun geliefden verliezen door zinloos geweld. Daar denk ik nu aan. Daar gaat mijn hart nu naartoe; naar alle slachtoffers van dat zinloze mensengeweld. Haat ontstaat uit angst, las ik onlangs ergens. Daar kan ik vele invullingen aan geven, bijvoorbeeld: angst om kwijt te raken; angst om verplicht te worden; angst voor één of andere gevangenschap; angst waarmee je grootgebracht werd; angst die de media én de politiek (dikwijls één pot nat) dagelijks aanwakkeren; enz….. Zeker vandaag voel ik het als een plicht om van mijn zegeningen te (leren) genieten. |
19 mei 2017
Net goed
Het is net goed. Plekjes zon en schaduw, met een zuchtje wind.
Een zachte pijnboomgeur, ook net goed – het kleefzaad staat hier
nog in de knop en geurt nog niet.
Mijn vroegere therapeut merkte het een aantal jaren geleden al op toen ik in een gedicht schreef:
“Wat zegt dat over jezelf?” vroeg hij. Ik wist het niet. Ik begreep het toen (nog) niet. Tot dan toe had ik me eigenlijk nooit gefocust op mezelf en mijn eigen noden. De anderen waren belangrijk en ook wat zij over mij dachten. “Ik denk dat het voor jou allemaal net goed moet zitten om je goed te voelen” zei hij, “niet te veel, niet te weinig; ook bij prikkels. Het luistert nauw bij jou. Dat is niet goed of niet slecht. Dat is gewoon JIJ.” Vanaf toen ging ik naar mezelf kijken vanuit een ander oogpunt, namelijk dat van mezelf. Daarheen zweven mijn gedachten, hier, genietend onder de pijnbomen. En plots ben ik weer hier en hoor de vogels concerteren. Het leven kan soms weldadig zijn. |
17 mei 2017
Boek 2
Neen, dit is niet het tweede boek dat ik in deze periode lees,
wel het tweede waarover ik iets wil meedelen.
Het essay 'Wat blijft' van de filosofe Patricia de Martelaere, was of is een boek waarin in me kan verliezen, waarmee ik wil zeggen: mijn bestaan even op halt zetten en enkel nog in het boek aanwezig zijn, met geest én hart. Ze filosofeert over het worden, het zijn en het niet-zijn en de ruimte daartussen; over het iets, het niets en het niet-iets; en over wat blijft. Warm aanbevolen voor reflecterende geesten. |
14 mei 2017
Boek
Het boek had ik gekozen omdat ik deze Kempische auteur wel sympathiek vind en hem graag zijn uitleg hoor doen. Enkele boeken die hij een dertig jaar geleden schreef had ik niet slecht gevonden. En eerlijk, ik koos het ook omdat de titel een nostalgisch plekje raakte. Ik ben tenslotte ook een baby-boomer.
Maar wat een tegenvaller vond ik dit! Het boek lag mij echt niet. Ik heb het nu iets meer dan half gelezen en de volhouder in mij geeft het niet op, maar het lijkt alsof ik naar een vervelende opa zit te luisteren die maar niet kan ophouden over zijn jeugd te vertellen en saaie details tracht interessanter te maken door er hier en daar wat seks tussen te gooien. Weggegooid geld en verloren tijd, wat mij betreft. |
23 april 2017
17 maart 2017
Oude patronen
Vandaag werd ik weer eens met mijn neus op de sensitieve feiten gedrukt.
Geconditioneerd door wat ik gedurende decennia leerde, betrap ik er mezelf telkens weer op dat ik mijn eigen fijnmazige gevoelens, opmerkzaamheid, ervaringen, bedenkingen, ... negeer en overschakel op klassiek aangeleerde patronen. Gelukkig is er telkens weer iemand (of iets) die - dikwijls onwetend - mij even port en wijst op mijn eigenwijze eigen wijze om met de dingen des levens om te (kunnen) gaan. Vertrouwen in mezelf ... nog steeds een uitdaging. |
21 februari 2017
Mildheid
Mild zijn voor jezelf... Ik tracht er toe te komen.
Als men niet mild kan zijn naar zichzelf toe, is het ook moeilijker om mild te zijn naar anderen toe. Oordelen, vooral negatieve oordelen, liggen dan vlug klaar. En of men deze oordelen nu uitspreekt of niet, ze bepalen mee de innerlijke staat van iemand. Mildheid verandert onze gevoelens en emoties in positieve zin. Onlangs raakte mij een bepaalde tekst uit een boek van Edel Maex op zulk een manier dat ik deze een aantal dagen elke avond opnieuw doorlas. Er staat niets nieuw in. Het is, denk ik, de eenvoud van de uitleg die me aansprak. Ik wil de tekst hier graag delen. Misschien heeft iemand anders er ook iets aan.
|
27 januari 2017
12 januari 2017
Zorg
Hoewel het misschien moeilijk lijkt om naalden in verband te brengen
met een zacht deken, voelde de acupunctuurbehandeling wel zo aan.
De begrijpende houding, de zorg die besteed werd aan welbevinden ter plaatse, de rust, de muziek, ... dit alles werd geweven tot een allesomvattend kleed, waarin ik langzaam en voorzichtig werd gewikkeld. Die zorg mogen ontvangen, ontroerde mij tot tranen toe diep. Nog ingepakt in die zorgcocon, mijn auto sturend door de wereld waar ik enkel nog maar naar keek zonder er al echt te zijn, reed ik naar huis. De rest van de dag had ik nodig om langzaam, lichtjes moeizaam, mijn cocon af te wikkelen. Heel erg bedankt Katrien! |
14 november 2016
Leonard Cohen
21/9/1934 - 7/11/2016
Niet forever young, zoals in het lied van zijn collega singer-songwriter Bob Dylan, tegenover wie hij dikwijls gewogen werd, maar een beminnelijke man die gracieus oud werd, een dichter, een man met een stem die mij in mijn diepste binnenste raakt met songs als Bird On The Wire, The Partisan, Take This Walz, Dance Me To The End Of Love, The tower Of Song, I'm Your Man, Halleluja, Suzanne ... en ontelbare andere, mooie poëtische songs. Zeventien was ik, toen hij zijn eerste plaat uitbracht, Songs of Leonard Cohen, met daarop het bekende Suzanne (*). Mijn vader, die ook gedichten schreef en waarmee ik nieuwe liedjes en muziek en ook boeken besprak, was het jaar voordien overleden. En daar komt die man aan, met liedjes die in geen genre thuishoren, liedjes die poëzie zijn. Oh wat had ik graag zijn teksten met mijn vader besproken. Van bij die eerste plaat was ik totaal verk(n)ocht. Negenenveertig jaar later kan ik nog steeds tranen laten bij het beluisteren van zijn nummers. Zijn laatste cd, You Want It Darker - besteld nog voor die uitkwam - kreeg ik thuisgestuurd op de vijftigste verjaardag van mijn vaders overlijden. In de voorbije veertien dagen heb ik die cd al ontelbare keren beluisterd. Ik laat hem soms gewoon op repeat staan. Donker. Hemels. Cohen is de enige bekendheid waarvoor ik weende toen ik zijn overlijden vernam. Het leek mij alsof een familielid of een heel goede vriend was heengegaan. Zijn muziek en zijn heerlijke stem zullen mij (hopelijk) nog lang gezelschap houden. (*) Suzanne is de schrijfwijze van mijn naam die mijn ouders bepaald hadden en die ik ook altijd privé gebruikt heb, maar welke bij mijn geboorteaangifte niet werd aangenomen door de ambtenaar van de burgerlijke stand - op mijn I.K. staat dus Susanna. |
12 november 2016
Trump en onze politici
Neen, dat hadden ze niet verwacht...
‘Ze’ zijn onze politici, opiniemakers, denkers, de media, ... Wat hadden ze dan wel verwacht? Dat mensen die zich onzeker, machteloos en niet gehoord voelen, het huidige politieke establishment er terug aan zouden stemmen? Het gros van onze politici vertegenwoordigt of verdedigt de gewone, kleine man niet. Onze politici weten niet (willen niet weten) wat er leeft bij 'het gewone volk' - ivoren toren weet je wel - ze staan ten dienste van hun eigen welvaart en meten daar de anderen aan af. Als je hen daarop attent maakt, draaien ze rond de pot (de hete brij) of worden kwaad en verwijten je aan anti-politiek te doen. En plots gebeurt er zoiets als Brexit en Trump... In de vele praatshows blijven ze maar lullen over oorzaken. (Sorry voor deze expliciete beeldspraak; van de andere kant... we zien daar ook bijna allemaal mannen, soms ook vrouwen die zich aan de mannenwereld, welke de politiek nog steeds is, aangepast hebben.) Politici spreken er over maatregelen die er moeten voor zorgen dat pensioenen, onderwijs, zorg enz. kunnen betaalbaar blijven terwijl zij zelf een dubbel, driedubbel (of meer) inkomen binnenrijven, zonder de minste notie van wat het inkomen van de modale Belg is, van hoe het is als bijvoorbeeld je oude stofzuiger het begeeft en je geen geld hebt om een nieuwe te kopen, of hoe het voelt om je kinderen zonder een lunchpakket naar school te sturen. Zoek maar een job klinkt hun vingerwijzing, en werk je maar krom tot je 67ste, gesteld dat je niet wordt afgeslankt. Ze beloven jobs maar meer en meer mensen verliezen hun werk. Ze argumenteren dat het publiek moet begrijpen dat niet alle verkiezingsbeloftes kunnen worden uitgevoerd omdat er nu eenmaal moeten compromissen gesloten worden. Beloof dat dan niet, denk ik, en maak duidelijk wat haalbaar is. Veel mensen willen gewoon een goed en zeker leven en willen niet hoeven nadenken over wat verkiezingspraat is en wat werkelijkheid zal worden. Mensen zijn bang; bang voor de toekomst, bang van de immigratie ook, bang om het beetje zekerheid waar ze zich nog kunnen aan vasthouden, te verliezen. Het politieke correct denken, vooral van linkse politici, katapulteert rechts de verkiezingen in; het wegmoffelen van islamkritiek en bij uitbreiding religiekritiek en immigratie-angst, bewerkstelligt dit evenzeer. Mensen snappen bijvoorbeeld niet waarom voor moslims (en ook wel joden) een uitzondering gemaakt wordt op de wet op onverdoofd slachten. Mensen snappen evenmin waarom blanken racist mogen genoemd worden, maar dat niet mag gezegd worden dat racisme evengoed onder de donkere medemensen leeft. De politici snappen de angst niet en bij de gewone mens hangt een steeds sterker gevoel van afstand, en misprijzen, en bedrog, en wat nog meer aan negatieve gevoelens. Maar ook de intelligentsia en de media leven in een ivoren toren. Mensen die tot die groepen behoren hebben meestal een goedbetaalde job, wonen zelden in achtergestelde wijken; zij kunnen zich permitteren om alles in perspectief te zien. Wil je weten wat er bij de mensen leeft, ga dan eens naar een kleine voetbalkantine, naar de bakker of supermarkt, naar de Ikea, naar de markt, bij de mensen thuis, ... en luister eens echt naar de mensen, zonder afkeuren, zonder hen voor gek te zetten in één of ander tv-programma, neem hen au serieux, ook wanneer ze geen hoogstaand, intellectueel gesprek kunnen voeren. Trump als president is een wake-up call voor de politiek wordt gezegd, maar de politici worden niet wakker; ze duwen telkens op de snooze en slapen verder in hun goed beschermde, gouden torenkamers. Zij zelf hebben niet veel te vrezen, maar veel mensen voelen zich wél onzeker en machteloos en zo worden Trumpen en Wildersen en Le Pennen verkozen. |
13 oktober 2016
Bob Dylan, Proficiat!
Hoewel ik het niet zo heb met de eerste zin in deze song, wil ik die toch posten, Dylan is tenslotte een Amerikaan en de 'god bless' lijkt daar nu eenmaal aan vast te hangen.
Dat Dylan de Nobelprijs voor Literatuur krijgt, vind ik heel terecht. Van jongs af maakte hij teksten die pareltjes poëzie bleken.
|
7 oktober 2016
In de arena
In de arena, voor de leeuwen. Zo voelt het en dat is het beeld dat mij op dit ogenblik overweldigt.
Zowat een half jaar geleden heb ik toegezegd om enkele gedichten voor te lezen bij de voorstelling van een nieuwe dichtbundel van een, in onze streken (en in de juiste kringen), bekend dichter en vriend van mijn zus. Ik had net een cursus ‘Zelfvertrouwen – Zelfwaardering’ achter de rug en het leek mij iets wat ik wel zou (aan)kunnen. Tot nu toe heb ik slechts enkele van mijn gedichten voorgelezen voor een heel beperkt publiek van maximum vijf mensen, die ik ook een beetje kende en bovendien niet echt iets met het schrijver- of dichterschap te maken hadden. Het vooruitzicht van een groter en onbekend publiek voelt helemaal niet goed. Ik voel me heel onzeker en ook ontzettend kwetsbaar. Bovendien vind ik dat mijn gedichten, of toch de meeste ervan, zich beter lenen tot opname in alle intimiteit. Er moet nog een maand voorbijgaan vooraleer het evenement(je) plaatsvindt, maar telkens ik er aan denk, slaat mijn hart over en bonst daarna in mijn borst en in mijn keel. Hoe dichterbij de dag komt, hoe meer de ‘flight or fight’-reactie zich in gang zet, telkens ik aan het evenement herinnerd wordt. In dit geval resulteert het gieren van de adrenaline door mijn lichaam enkel in de ‘flight’-reactie. Van ‘fighting’ is geen sprake. Zelfvertrouwen – mezelf vertrouwen, naar waarde schatten - bij de enkele mensen die ik goed ken, is het geen probleem (meer). Mezelf naar waarde schatten, wanneer ik tegenover vreemde mensen sta, tegenover mensen die zichzelf dichter noemen … Er is nog steeds (veel) werk aan de winkel… Maar wat heb ik te verliezen ? Niets toch. Rationeel weet mijn hoofd dit. Gevoelsmatig zegt mijn lichaam echter: “alles! dus niet doen!” Maar zegt mijn lichaam dit echt? Neen, het reageert enkel razendsnel op gedachten, ook als ik zelf van deze gedachten (nog) niet bewust ben. Nu ik er dieper over nadenk, zie ik dat ik nog steeds opkijk naar die anderen, naar hen die zichzelf een naam durven te geven, in dit geval ‘dichter’ of ‘schrijver’; naar hen die in de schijnwerpers durven te stappen. ‘Ze zullen wel veel beter zijn’ … ‘Ze zullen mij maar niks vinden’ … Ik zie dat ik het (nog steeds) belangrijk vind wat anderen van mij denken, belangrijker dan wat ik van mezelf vind. Ik zie dat perfectionisme binnensluipt. Ik vrees dat ook zelfverwijten binnensluipen: “je bent laf en klein als je dit niet durft te doen”. Ik realiseer me dat ik op uitdagende momenten, diep van binnen, nog steeds dat meisje ben, dat probeerde alles goed te doen om toch maar aardig gevonden te worden, maar dat desondanks niet goed genoeg bevonden werd, dat telkens opnieuw te horen kreeg dat ze niets waard was en het zeker niet ver zou schoppen. (En om misverstanden te voorkomen: het waren niet mijn ouders die mij als kind naar beneden haalden, wel een samenwonende grootmoeder, waartegen ook mijn ouders niet durfden in te gaan.) Het is weer tijd om sterk terug op te staan; of op zijn minst dit trachten te doen. Ik raap me dus voor de zoveelste keer bijeen en neem me voor er het beste van te maken. Daarna zie ik wel weer. |
12 september 2016
Alles-is-fantastisch
Onlangs hoorde ik weer iemand zeggen dat veel mensen op Facebook toch maar steeds hun leven tonen ‘alsof’ alles mooi en goed en positief is. Dat vond men niet fijn, niet eerlijk, niet echt ...
Over mezelf post ik ook 'meestal' alleen maar zaken zoals daar zijn: mooie of prettige foto's, plezierige activiteiten (o.a. reizen), andere positieve zaken; niet omdat mijn leven (alleen maar) rooskleurig is, wel omdat ik mij tracht op te trekken aan mijn eigen positieve posten en aan die van anderen. Zelfs wanneer ik droevig ben, of in een dip(je) zit, zoek ik naar het positieve, als een soort medicijn. Die positieve posten zijn ook een tegengif voor al de negativiteit die we, als surfers, lezers, kijkers, de ganse dag over ons uitgestort krijgen. Die positieve posten zijn ook wel degelijk echt. Alleen vertellen ze natuurlijk niet het hele verhaal want iedereen heeft wel eens een baaldag, wordt ziek, verliest een geliefde …. Het leven loopt niet altijd zoals we zouden willen, maar trachten de dingen positiever te zien is veel beter dan het nog erger te maken door op het negatieve te focussen. Dit is mijn insteek. Ik wil echter zeker niet zeggen dat mensen niet over hun tegenslagen zouden mogen posten. Natuurlijk mogen ze dat. Een mens moet soms gewoon kunnen zeggen dat het niet goed gaat. Het zou wel eens kunnen zijn, dat sommige mensen problemen hebben met zulke positieve-‘alles-is-fantastisch’ posten, omdat ze vergelijken. Ik vergelijk mijn leven niet met dat van al die anderen. Mijn leven is wat het is, dat van de anderen ook. Ik ben blij wanneer ze positieve dingen kunnen posten, blij dat ik me aan hun positiviteit kan optrekken, blij dat ik blij kan zijn als het goed lijkt te gaan met hen. |
5 september 2016
T.
Professor T. is terug op één!
Ik vond de eerste reeks zalig, niet voor het krimi-gehalte, wel voor T., een professor criminologie, fantastisch goed en mooi vertolkt door Koen de Bouw. In de pers wordt het personage T. beschreven als exentriek, eigenzinnig, briljant. Mijn man zit naast me in de zetel en lacht luidkeels om de gekke dingen die T. zegt en doet, of juist niet doet. Ik kan af en toe eens glimlachen en voel een soort prettige verwantschap ... in het niet begrepen of aangevoeld worden, denk ik. Een warm gevoel heb ik tegenover dat personage dat niet eens echt bestaat. Ik zie in T. een kwetsbaar iemand, met een mengeling van psychische problemen(?) zoals ASS (hoogfunctionerend), smetvrees, waanvoorstellingen, ... (nog andere?) die zich eenzaam staande houdt in een maatschappij waar we best in het rijtje lopen als we willen overleven. Projectie? Misschien is het ook wel de kwetsbaarheid die mij zo raakt. |
29 juni 2016
28 juni 2016
Oorlogsdrang en groepsgevoel
Een krantenartikel kopt: ‘Gewonnen! En dat geeft hele land een kick’.
Gedragspsycholoog Mark Nelissen spreekt in dat zelfde krantenartikel over "groepsgevoel" en over "onze oeroude drang om oorlog te voeren". 'Spreek voor jezelf' denk ik dan. Er leeft op deze aardkloot ook een ander type mens. Ik behoor tot de soort die geen oorlogsdrang in zich heeft. En ondanks dat ik heel sociaal voelend ben, heb ik weinig of geen groepsgevoel in mij. Wel heb ik me vroeger laten opdringen dat je tot een groep moet behoren, om normaal te zijn... Ondertussen weet ik wel beter. De mini-groep(jes) waartoe ik (soms) behoor – gezin, familie, vrienden, … - zijn de uitzondering die de regel bevestigen. En er is ook nog de grote groep van levende en minder levende wezens op deze planeet. Ja, daar hoor ik ook bij. |
23 juni 2016
De Uitnodiging
|
by Oriah "Mountain Dreamer" House, from the book THE INVITATION (c) 1999. Published by HarperONE, San Francisco. All rights reserved. Presented with permission of the author. www.oriah.org Vertaling Susanna Mariën. |
27 mei 2016
26 mei 2016
24 mei 2016
Vragen
Eén van mijn karaktertrekken is nieuwsgierigheid en die gaat samen met interesse, verwondering en leergierigheid. Van jongs af was ik iemand die vragen stelde.
Mijn meest gestelde vraag was/is 'waarom?', de tweede was 'hoe?'. Ik nam niets zomaar (voor waar of noodzakelijk) aan. Ik wilde vooral begrijpen, en dit niet louter op een cognitieve manier. Mijn moeder noemde me 'ongelovige Thomas', niet vanwege een ongeloof dat in mij zou huizen, wel omdat ik alles in vraag stelde, over álles vragen stelde en met verwondering kon geïnteresseerd zijn in van alles en nog wat. Dat kon gaan van hoe een wekker in elkaar zat, over hoe een plant groeide, waarom poppen niet weenden, waarom vliegtuigen knalden als ze door de geluidsmuur vlogen, hoe die muur er dan uitzag, waarom twee kleuren verf een andere kleur gaven, waarom er geen bloed in je mond zat als je toch per ongeluk op de hostie beet, tot waaróm ik die slechte pap 'moest' eten of waaróm ik iets niet mocht doen. De vragen bleven komen. Mijn moeder, die ook nog voor drie andere kinderen moest zorgen, kon daar niet zo goed mee omgaan en als snel wist ik dat ik bij mijn vader moest zijn met mijn vragen. Interesse, nieuwsgierigheid, verwondering zijn geen slechte eigenschappen. Als de mens zich geen vragen had gesteld, zou de mensheid nu nog in holen wonen. Sinds een tijd ben ik tot het besef gekomen dat al mijn vragen gingen over andere dingen en mensen, over gebeurtenissen die meestal niet rechtstreeks met mij te maken hadden. Ik dacht te weten wie ik was, namelijk een onbelangrijk iemand, en ik richtte mijn aandacht naar buiten. Mezelf stelde ik weinig of niet in vraag, zeker niet in een positieve zin. Ik wist bijvoorbeeld wel wat er allemaal verkeerd aan mij was, maar vroeg me nooit af wat er goed zou kunnen zijn aan mij. Ik vroeg me ook niet af of mijn zogenaamde verkeerde kanten, wel degelijk verkeerd waren. Nu begrijp ik dat het naar buiten gericht zijn, een manier van zelfbescherming was, niet de juiste, wel de enige manier die ik kende of geleerd had en daardoor was het indertijd ook weer niet de verkeerde manier. Je naar buiten richten is op zich niet fout, maar je moet je ook naar binnen kunnen of durven richten. Er is een 'soort' evenwicht nodig tussen 'naar binnen' en 'naar buiten'. Het inzicht en de ommekeer kwamen niet in één keer, maar het kantelmoment was iemand die me zei: 'je bent goed zoals je bent'. Oh!? Kan dat? Mag dat? Daarna leerde ik langzaam aan (de juiste?) vragen stellen over mezelf, mijn ervaringen, mijn leven, … Bijvoorbeeld: Wat raakt me zo in deze ervaring? Hoe raakt me dat? Waar raakt me dat? Waarom raakt me dat? Wat voel ik juist? Wat leert me deze ervaring (positief en/of negatief)? Wat kan ik doen om deze ervaring positief te gebruiken? Welke (zelf)zorg kan ik mezelf geven om deze ervaring goed te verwerken? Waarom doe of deed ik dit (niet)? Waarom vind ik dit mooi? Hoe 'voel' ik me echt? Enzovoort... Naar binnen gaan dus en daar de waarom- en hoe-vragen gebruiken voor mezelf, met een open hart en geest, met evenveel nieuwsgierigheid, interesse en verwondering. En daarna leren accepteren dat ik niet alle antwoorden kan of zal hebben, dat er zelfs soms helemaal geen antwoord(en) zijn. Ook dat had zijn tijd nodig. Ondertussen blijf ik leren. Hoe je naar binnen kan gaan, zonder vragen te stellen, bijvoorbeeld, gewoon 'zijn' en laten komen wat komt. Hoe je ook kan leren, zonder vragen te stellen. |
19 mei 2016
Droom
Ik reed in een Lamborghini. Het was een zwart-groene wagen met een zwart-rode, lederen binnenbekleding.
Ja, ik kon vanmorgen mijn droom nog in vele details herinneren. Hoe een oude kennis me wou verrassen met een ritje in zijn wagen, hoewel hij zich in het echte leven zo'n exemplaar nooit zou kunnen aanschaffen. Hoe ik speciale haute couture schoenen aangepast kreeg om met de wagen te (mogen?) rijden. Ze waren beige, met half hoge brede hakken en linten die op zijn Romeins om mijn kuit omhoog gebonden werden. Hoe de deuren naar boven opengingen. Hoe ik me in de diepe zetels liet zakken en mijn gordel omdeed. Hoe gemakkelijk de wagen startte en wegreed. Hoe ik schakelde en remde, wat ik een aantal keren stevig deed omdat de wagen zo snel ging. Hoe donker de weg was en hoe ik langs een met bomen omzoomde weg reed terwijl de koplampen ze één voor één beschenen. Bij aanvang van de rit was ik ietwat onzeker. De versnellingen waren ver doorgedreven automatisch in die zin, dat op de versnellingspook voor elke versnelling knoppen zaten, waar ik moest op drukken om van versnelling te veranderen. Het duurde even voor ik dat door had. De GPS was een virtueel scherm, genre hologram, maar was zo groot en gaf zoveel licht, dat ik de weg niet meer zag (het was tenslotte nacht) en daarom zette ik hem uit. Na een tijdje begon ik me goed te voelen in deze speciale wagen. En toen werd het dag ... |
14 mei 2016
Tijd
25 april 2016
Vervoering
Hoewel het nummer er niets mee te maken heeft, voerde de klassieker ‘Purple Rain’ – ik zie de paarse regen voor mij – me naar de Science Fiction, Fantasy en Magisch Realisme. Gedachten en beelden maken soms rare sprongen. Zo werd ik via de dood van de kleine grote Prince, met het daaropvolgende ronddwalen in zijn omvangrijk muzikaal oeuvre, geleid naar het herlezen van Hubert Lampo. In mijn boekenkast staan wel wat boeken in de genoemde genres, waaronder zes Lampo’s. Laat ik beginnen met wat kortverhalen, dacht ik en haalde ‘De geboorte van een God en andere verhalen’ van de plank, waar het al vijfendertig jaar staat en gedurende die tijd een keer of twee, drie, mijn leeslust bevredigde. Dat deed het ook ditmaal. Ondanks de respectabele leeftijd van het eerste verhaal ‘De geboorte van een God’ - het werd voor het eerst gepubliceerd in 1964 - vond ik het verhaal nog steeds vlot en modern lezen. Het ‘verhaal’ van de Godgeboorte, lijkt mij niet zozeer magisch realistisch. Ik vind het aanleunen bij de Science Fiction en het kan nog steeds verteld worden. Zeker met wat we nu, meer dan vijftig jaar na het verschijnen van het verhaal, aan inzichten hebben bijgekregen over de structuur van het heelal, over afstanden, over ruimte en tijd, blijft de inhoud van het verhaal een interessant gegeven. Het thema van hoe een ‘God’ ontstaat of geboren wordt in de geest van mensen is ook tijdloos. De verbeeldingrijke agnost Lampo, speelde graag én grandioos met mogelijkheden en hij flirtte met magie, mythe en het bovennatuurlijke. En daarom hou ik zo van zijn boeken. |
4 maart 2016
Dag en nacht
Het liefst schrijf ik ’s avonds, of ’s nachts, wanneer de duisternis het buitenzicht belemmert en de indrukken van de dag wat zijn vervaagd, wanneer het huis stil is en de energie van anderen zich naar binnen richt en zich concentreert in hun slaap. Dat is de periode waarin ik puur kan zijn, waar woorden ongestoord vanuit mijn binnenste kunnen komen. Dan kan ik ontladen om op te laden, van me af schrijven om toch een beetje plaats te maken voor de nooit ophoudende stroom van nieuwe indrukken, die zowel van buiten als van binnen komen; een beeldenparade die ik tracht om te zetten in woorden. Elk gedicht, hoe kort ook, is een pakketje beelden, ingepakt met woorden. Een rolletje film met ondertitels. Dat pakje krijgt een lintje van gevoelens en geluiden en wordt geparfumeerd met geurherinneringen. Ik vraag me wel eens af of anderen ooit verder komen dan de woorden rond het pakketje. Ja en neen waarschijnlijk. Iedereen (her)beleeft zijn eigen indrukken of vormt zijn eigen nieuwe ervaring bij woorden van een ander. De nacht, met zijn donkere pracht en kracht, is als een zachte minnaar. Hij omarmt me en laat me zijn. Ik kan de vrijheid nemen, mezelf te tonen, terwijl de dag me klem zet en soms keihard neemt. Wanneer ik geen grenzen stel, raast hij zonder mededogen door en over me heen. De dag houdt me scherpe beelden voor, en harde geluiden; hij ontketent een alertheid en maakt dat ik zou willen zeggen: ‘vandaag niet schat, ik heb hoofdpijn’. Bij de dag is het nodig mijn eigen plaats op te eisen. Maar binnen gestelde grenzen en met de nodige inzet, kan ik ook bij hem mezelf toelaten, schoonheid vinden, en stilte. En wat zou ik kunnen schrijven, zonder de felheid van de dag? Hoe zou ik me anders een bloemenpracht kunnen voorstellen? Heerlijke vergezichten? Een regenboog? Nacht en dag, ik kan niet zonder één van beiden en zij kunnen niet bestaan zonder elkaar. Ze zijn het yin en yang van mijn tijd. |
1 maart 2016
18 januari 2016
11 januari 2016
Bowie
|
Van Bowie ben je geen fan.
Hij raakt je en jij raakt aan zijn muziek en/of performance, of dat gebeurt niet. Als het niet gebeurt, is hij gewoon een exentrieke artiest, die volgens sommigen zelfs niet eens goed kon zingen – waarmee ik, voor alle duidelijkheid, niet akkoord ben. Als hij je wel raakt, dan laat hij je nooit meer helemaal los. Bowie raakt iets fundamenteels in je, iets waar niet over gesproken wordt, iets waar niet kan over gesproken worden tenzij op zijn manier, door muziek en liedjesteksten en beelden. Bij het horen van zijn dood, was een kosmisch beeld van een man te midden van lichte en donkere sterren en planeten, het eerste dat bij me binnenkwam. Een beeld dat mij een overwelmend gevoel van weemoed bracht. ‘We can be heroes, just for one day’ blijft de hele tijd in mijn hoofd hangen. |
7 januari 2016
Loslaten
Over de gebeurtenissen in Keulen wil ik echt iets schrijven.
Geen opinie over het gebeurde, geen statement, dat deed ik al op de sociale media.
Wel wat het met me doet, wat ik daarbij ervaar.
Loslaten, het kan moeilijk zijn. Soms lukt loslaten zonder moeite. Ik draai me om, maak een wandeling, schrijf of teken wat, ga koken of ga iets anders doen en ik laat los wat me bezighield. Soms lukt dat niet zo. Dikwijls omdat ik me op één of andere manier te betrokken voel. Hoewel ik weet dat ik niets kan veranderen aan heel het gebeuren, houd ik het bij me. Keulen is zo'n geval. Hoe die vrouwen zich voel(d)en, dat 'weet' ik. Hoe het voelt wanneer anderen zich je lichaam (proberen) toe-eigenen en wanneer je rent voor je leven, dat 'weet' ik. Ik hoor en lees de verhalen op TV en in de kranten, op het internet, en onmiddellijk komen oude beelden terug. Sommige mensen hebben geen idee wat voor een impact zulke ervaring(en) op een mens hebben. Het is mogelijk om via diverse en goede therapieën hier aan te werken. Je kan hiermee de angst laten verdwijnen, de pijn, maar vergeten doe je nooit. Het is als een wonde. Die wonde kan verzorgd worden. Hoe vlugger de verzorging gebeurt en hoe bekwamer de verzorger/chirurg, hoe fijner het litteken. Maar het blijft - voor altijd - een litteken. Het zijn dus niet (alleen) de huidige gebeurtenissen die moeten losgelaten worden, ook wat er langgeleden gebeurde. Door wat er nu gebeurt, wordt er weer op het oude litteken gewreven waardoor ik weer voel dat het er nog steeds is. Er is weer een zalfje nodig, een verzorging. Maar ook andere mensen wijzen op bepaalde gevaren - in dit geval is dit onze fundamentele waarden van gelijkheid en respect voor de ander, ongeacht van welke afkomst, die op de helling worden gezet - is één van de pijlers van die verzorging. Het is een zorg voor de anderen want je wil hen dat 'weten' besparen als het enigzins kan. Pas als die twee dingen gebeurd zijn, de verzorging van mezelf en het (ver)zorgen v.d. anderen, kan ik weer het litteken vergeten en kan ik weer (een tijdje) loslaten. |
5 januari 2016
Er mag al eens vrolijk nagedacht worden.
De laatste tijd passeerde er in mijn leeshoekje een verscheidenheid aan boeken en artikels.
Het is tenslotte winter en koud buiten (??) en dan is lezen een nog mooier tijdverdrijf dan tijdens onze warme, zonnige zomers.
Mijn repertoire is nogal uitgebreid. Breed. Van stripalbums over literair tot wetenschappelijk, als je filosofie en psychologie wetenschap noemt tenminste. En hoort Science Fiction of een Krimi bij literatuur? (Ja, er zit op het ogenblik een sarcastisch duiveltje in mijn hoofd.) Ik mag graag ook wat nadenken over wat ik gelezen heb. Diep soms. Aldus kwam ik tot de conclusie dat we niet alleen zijn! Nu denkt U waarschijnlijk aan buitenaardse wezens die ons komen gezelschap houden of zelfs de zaken komen overnemen, wat op zich misschien niet slecht zou zijn, gezien de toestand van onze planeet. Of misschien dacht U aan geesten van de andere zijde. Maar neen, dat was niet wat ik in gedachten had. Beter had ik geschreven: ik ben niet alleen. Maar U bent het evenmin. Ons lichaam wordt namelijk bezet door bacteriën, die in aantal, het tienvoudige zijn van onze lichaamscellen. We sleuren voortdurend tussen de één en de tweeëneenhalve kilo andere levende wezens met ons mee. Als dat geen fitness is, weet ik het ook niet meer. En het speciale aan deze toestand is, dat we niet zonder hen kunnen. We zouden het niet overleven, zonder onze bezetters. We leven dus in een soort symbiose, een samenlevingsvorm die voor ten minste één van de organismen gunstig of zelfs noodzakelijk is, lees ik op Wikipedia. Die wezentjes zorgen ervoor dat we ons ingenomen voedsel kunnen omzetten naar de nodige stoffen om energie te hebben, onze cellen te vernieuwen, gezond te blijven. Ze helpen ook mee om gevaarlijke indringens te bestrijden. Kortom, ze helpen ons te leven. Nu laat ik graag mijn geest wat verder slenteren op mijn imaginaire weg en ik zie zo ook een psychisch nut in deze situatie. We zouden het als een oplossing voor eenzaamheid kunnen beschouwen. Wanneer wij, de gastheren, ons al eens eenzaam voelen, kunnen we denken aan die massa piepkleine wezentjes, in en op ons. Misschien een soort communicatie opzetten? Voelen zij zich nooit eenzaam? Of willen ze soms wel eens weg uit de massa? Enfin… Nooit meer eenzaam! Nooit meer alleen! Eenzame mensen met een microbiofobie kunnen echter misschien beter geen oplossing in deze richting zoeken. Nog iets verder denkend in de psychische en filosofische richting, kom ik bij de existentiële vraag: “wie ben ik?” Nou, blijkbaar niet alleen wie ik dacht te zijn. In deze context is die vraag ook niet meer relevant. "Wie zijn wij?" zou ik me beter afvragen. De wetenschap weet al heel veel over die micro-organismen in ons spijsverteringsstelsel en op onze huid, maar hoe zit het met andere plaatsen in ons lichaam? Zitten er bijvoorbeeld ook van die niet-menselijke, maar noodzakelijke, microwezentjes in onze hersenen? Zijn we wel wie we denken te zijn, of krijgen we ook cognitief, Mark Uytterhoevengewijs (enkel de niet meer zo jonge mensen weten wat ik hiermee bedoel), hulp van buiten- (binnen-) af? Hebben al die overspringende neuronen die voortdurend langs onze zenuwbanen reizen, een zekere zelfstandigheid of zijn ze toch helemaal van onszelf?... We gaan samen nog een kopje thee drinken en er verder over mijmeren, mijn gasten en ik. En vermits ze met zoveel zijn, zal ik daar nog wel een tijdje zoet mee zijn. |
8 december 2015
17 november 2015
25 oktober 2015
Hier en nu, bij de stiltewandeling.
Met de muziek van Johann Strauss jr. ‘Geschichten aus dem Wiener Wald’, op Klara, beëindig ik de stiltewandeling. De muziek tovert mij beelden van Weense wouden, gehuld in een prachtig kleurenpalet. Het is niet moeilijk dat beeld op te roepen, na een mooie stiltewandeling in ’t Goorke en langs het met bomen omzoomde kanaal in Arendonk.
Ik begon aan de wandeling met een hoofd vol onnodige gedachten.
Het geploeter door het slijk, het opletten waar ik mijn voeten neerzette, het zoeken naar evenwicht, dit alles bracht me waar ik moest zijn: hier en nu.
Waar ik bij aanvang geen zin had om van de omgeving te genieten en onwillig mezelf dwong om rond te kijken, begon de oktoberpracht stilaan tot me door te dringen en de mooie beelden namen de plaats in van zwarte gedachten. Mijn hart werd verwarmd door de schilderachtige herfstkleuren die eind oktober op zijn mooist zijn. De stilte schonk me vogelgefluit, paardengeblaas, het plofplonsen van in het water vallende eikels, en nog veel meer. Het contrast, van basgedreun in een stilstaande auto die ons liet oversteken, met onze knisperende voetstappen, wekte een (glim)lach op de lippen. Waterdruppels, die als diamantjes op de valse acacias en op het klaverveld schitterden, gaven me een rijk gevoel en het water verdubbelde het genot van al wat mooi is en de moeite waard om mee te nemen. Zoals de lach op het gezicht van iemand die verwonderd inziet dat hij net de dubbele schoonheid, innerlijk en uiterlijk, van een ander iemand heeft ontdekt. Wat een mooi geschenk is dat.
Ik begon aan de wandeling met een hoofd vol onnodige gedachten.
Het geploeter door het slijk, het opletten waar ik mijn voeten neerzette, het zoeken naar evenwicht, dit alles bracht me waar ik moest zijn: hier en nu.
Waar ik bij aanvang geen zin had om van de omgeving te genieten en onwillig mezelf dwong om rond te kijken, begon de oktoberpracht stilaan tot me door te dringen en de mooie beelden namen de plaats in van zwarte gedachten. Mijn hart werd verwarmd door de schilderachtige herfstkleuren die eind oktober op zijn mooist zijn. De stilte schonk me vogelgefluit, paardengeblaas, het plofplonsen van in het water vallende eikels, en nog veel meer. Het contrast, van basgedreun in een stilstaande auto die ons liet oversteken, met onze knisperende voetstappen, wekte een (glim)lach op de lippen. Waterdruppels, die als diamantjes op de valse acacias en op het klaverveld schitterden, gaven me een rijk gevoel en het water verdubbelde het genot van al wat mooi is en de moeite waard om mee te nemen. Zoals de lach op het gezicht van iemand die verwonderd inziet dat hij net de dubbele schoonheid, innerlijk en uiterlijk, van een ander iemand heeft ontdekt. Wat een mooi geschenk is dat.
20 oktober 2015
Kortverhaaltje
Gedachtentrein
Ze stapt in bed, in de douche, of in de auto, … en op de trein.
Station A.
Haar gedachten creëren het ticket, waarop de bestemming van de trein geschreven staat: Station B.
Onderweg naar station B kijkt ze rond, en uit het raam en ze ziet van alles: nieuwe dingen, dingen die ze vroeger al eens zag, en misschien kent, gebeurtenissen… Haar gedachten zweven er over en de bestemming op het ticket verandert. Station C nu.
Op de nieuwe treinroute gebeurt weer hetzelfde en op het ticket wordt telkens een nieuwe bestemming geschreven.
Af en toe houden haar gedachten even halt en stopt de trein in een station. Nu en dan zal ze uitstappen, vaak ook niet. Soms rijdt de trein onmiddellijk door en brengt een gedachte haar weer verder, richting een volgend station.
Ze komt regelmatig in stations waar ze eerder passeerde, maar zelden tijdens dezelfde dag of rit.
De trein is leeg. De stations en de perrons ook. Het zijn reizen die ze telkens opnieuw, helemaal alleen maakt.
Ze is moe van dat reizen en ze wou dat er iemand bij haar kwam zitten, een praatje wilde doen en samen met haar zou uitstappen in een gewoon station, met mensen.
Station A.
Haar gedachten creëren het ticket, waarop de bestemming van de trein geschreven staat: Station B.
Onderweg naar station B kijkt ze rond, en uit het raam en ze ziet van alles: nieuwe dingen, dingen die ze vroeger al eens zag, en misschien kent, gebeurtenissen… Haar gedachten zweven er over en de bestemming op het ticket verandert. Station C nu.
Op de nieuwe treinroute gebeurt weer hetzelfde en op het ticket wordt telkens een nieuwe bestemming geschreven.
Af en toe houden haar gedachten even halt en stopt de trein in een station. Nu en dan zal ze uitstappen, vaak ook niet. Soms rijdt de trein onmiddellijk door en brengt een gedachte haar weer verder, richting een volgend station.
Ze komt regelmatig in stations waar ze eerder passeerde, maar zelden tijdens dezelfde dag of rit.
De trein is leeg. De stations en de perrons ook. Het zijn reizen die ze telkens opnieuw, helemaal alleen maakt.
Ze is moe van dat reizen en ze wou dat er iemand bij haar kwam zitten, een praatje wilde doen en samen met haar zou uitstappen in een gewoon station, met mensen.
15 oktober 2015
13 oktober 2015
Tweesprong
Als (klein) kind, en ook als puber en (jong) volwassene, was ik tamelijk stil en verlegen.
Een braaf kind ook. Volgzaam. Met toch een eigen mening, die ik dan weer heel dikwijls goed wist te verbergen. Ik was geen groepskind maar speelde liever een rustig spelletje met één kameraadje. Ik kon heel erg opgaan in spelletjes en me verliezen in boeken en in knutselen, tekenen en kleuren, maar werd steeds terug uit mijn eigen wereldje gehaald en in de 'echte' wereld geplaatst.
Door de jaren heen leerde ik me aanpassen, aan wat de omgeving en de wereld van me leken te verwachten. Voor een groot deel lukte dat. Ik had geleerd me sociaal te gedragen: kantoor, feestjes, etentjes, uitstapjes, hand(jes) schudden, mensen kussen die ik niet of weinig kende, small talk, en ga zo maar verder… Af en toe viel ik wel eens door de mand en werd dan als 'flauw' en 'asociaal' geclassificeerd.
Een paar keer in mijn leven ging ik er onderdoor – beetje depressief, hyperventileren, angstaanvallen – legde echter geen verband en kreeg medicatie en sport als oplossing aangeboden. In zijn geheel genomen had ik het idee, dat ik me toch een plaats in de wereld had veroverd. Ik draaide min of meer perfect mee in de mallemolen van de sociale interactie en dacht dat het zo hoorde. Tot ik tijdens een zoektocht - naar meer en anders - de boeken van Elaine Aron ontdekte en een therapeut bezocht die me onder andere diets maakte dat ik mezelf mocht zijn; 'moest' zijn zelfs – één van de weinige 'moeten' die er mogen zijn. Het klinkt raar dat iemand je dit moet duidelijk maken, na je zestigste nota bene. Voor de meeste mensen is dit een vanzelfsprekendheid, vermoed ik toch. Mede hierdoor stond opeens mijn hele wereld op zijn kop. Mijn met veel moeite geboetseerde sociale masker kwam los te zitten. Mijn (eigen) manier van zijn, welke ik van jongs af had afgestemd op verwachtingen, was helemaal niet zo 'fout' als ik me had laten wijsmaken. Niet iedereen heeft nood aan een druk sociaal leven. Niet iedereen wil assertief kunnen repliceren, maar liever zijn antwoord over- en afwegen voor het geuit wordt, … bijvoorbeeld. Er bestaan nog van mijn soort stillere en meer gevoelige mensen, en vooral… er is niets verkeerd aan. Het wordt alleen niet als 'normaal' gezien in onze maatschappij waar omgangsvormen gedicteerd worden door mensen die wel open en assertief zijn en daarbij ook nog de meerderheid uitmaken. Daar stond ik, met een gevoel van vervreemding dat ontstaan was door het gedrag dat ik me in de loop van de tijd had aangemeten. Die vervreemding had er nog een laag bij gekregen door mijn nieuw verworven inzichten. De aangepaste versie van mezelf, die schijngestalte, was me ondertussen goed bekend; maar wie was de weggemoffelde versie? De ervaring leek - en lijkt - een ‘time and space warp’. Ik werd als het ware naar een tweesprong gekatapulteerd, met de keuze om min of meer door te gaan op de manier die ik me jarenlang had eigen gemaakt, of mijn nieuwe oude zelf te verkennen. De eerste mogelijkheid is de gemakkelijkste, maar daar laat ik een stuk van mezelf achter. De tweede is moeilijk, een uitdaging, en vraagt inspanning en durf. Het is een persoonlijke, onontgonnen weg die moet gegaan worden met een ontgrendelde, kwetsbare, ontmaskerde persoonlijkheid. Pfffh! Ondertussen is er meer dan twee jaar verlopen sinds ik voor het eerst aan de tweesprong stond. Dat is geen prettige plaats. Het is een plek van onrust waar ik dikwijls vertwijfeld ter plaatse sta te dralen. Ik loop een eindje de ene richting op, kom terug en loop dan weer een stukje de andere richting uit. De afstanden die ik in beide richtingen loop, veranderen wel mettertijd. Steeds kortere stukken op de oude, vertrouwde (?), goed onderhouden weg en heel voorzichtig, steeds iets langere stukjes, op de ongeplaveide, ongekende weg. Het is een weg met putten en stenen en telkens ik die weg op ga, neem ik zelf enkele stenen mee om mijn volgende stappen op te zetten. Zo wordt die weg niet geplaveid met goede voornemens maar met ‘stepping stones’, waardoor ik de volgende keer gemakkelijker enkele stappen verder die richting op kan gaan tot er hopelijk een ogenblik komt, dat ik niet meer terug naar de tweesprong wil. |
16 september 2015
8 september 2015
Nog eens Yalom
Wat een boek om tijdens de vakantie te lezen, bedacht ik bij de eerste hoofdstukken.
Ondertussen ben ik aan de laatste bladzijden van 'Tegen de zon in kijken' van Irvin Yalom bezig.
'Doodsangst en hoe die te overwinnen' is de ondertitel. Ik schafte mij het boek aan, omdat de twee andere boeken die ik van dezelfde schrijver las, 'De Schopenhauer-kuur' en 'Eendagsvlinders', me goed bevallen waren en ook omdat op de achterflap stond:
'.... Yalom laat zien hoe een droom, een verlies, een traumatische ervaring, de dood of ziekte
van een dierbare, of gewoon naderende ouderdom keerpunten kunnen zijn op weg naar een
zinvoller leven....'
Bovendien, een psychiater die existentiële psychotherapie beoefent en er over schrijft, die uitspraken van filosofen gebruikt om zijn patiënten te helpen, die weg wil van de klinische benadering van patiënten, het spreekt me genoeg aan om meer van hem te lezen.
Bij de eerste hoofdstukken van Tegen de zon in kijken had ik het gevoel iets te lezen waar ik helemaal niet mee bezig was of wilde zijn. Ik kan echter moeilijk een boek halfweg opzij leggen, tenzij ik het heel slecht vind, of tenzij ik me voorneem om het later verder te lezen. Ik bleef dus lezen. Hoe verder ik in het boek kwam, hoe minder ongemakkelijk ik me voelde en hoe meer ik me echt begon te interesseren aan het gegeven. Ik besefte dat de dood en doodsangst, naast de zin van het bestaan (daar ben ik wel uit), vrijheid (zit in je) en eenzaamheid gepaard gaande met bindingsproblemen, toch wel veel met existentiële vraagstelling te maken heeft. Ik vermoedde ook dat dit wel eens mijn grootste existentieel probleem zou kunnen zijn.
Wat me tot dit vermoeden of besef bracht was de aanhaling van Nietzsche's Zarathustra die aan de mensen de uitdaging voorlegt: denk je eens in dat je één en hetzelfde leven tot in de eeuwigheid steeds opnieuw zou moeten leven.
Als ik dat nu niet zo'n leuke gedachte vind, is daar een voor de hand liggende reden voor, namelijk dat ik vind dat ik niet op een goed of een ten volle geleefd leven kan terugkijken en moet ik mezelf de vraag stellen wat ik kan doen of veranderen, zodat ik de volgende jaren niet meer terug hoef te kijken op een stuk leven, dat ik niet opnieuw zou willen leven.
Tot nu toe had ik altijd terug gekeken op mijn leven met de toch wel wijze gedachte dat 'ik deed wat ik deed met de kennis en de mogelijkheden die tot mijn beschikking waren op dat moment' en dat ik waarschijnlijk hetzelfde opnieuw zou doen in dezelfde omstandigheden. Ik had geen spijt. Maar het vooruitzicht dat leven telkens opnieuw, helemaal hetzelfde te leven, dat is iets heel anders. Te weten alle angsten, twijfels, onzekerheden, verdriet, fouten, misstappen, enzovoort, telkens opnieuw te moeten meemaken, het is niet iets waar ik zou naar uitkijken. Natuurlijk zou ik graag de geboorte van mijn kinderen en hun opgroeien opnieuw beleven, om maar één positief voorbeeld te noemen. Maar over een heel leven gezien wegen de positieve dingen in mijn leven niet op tegen die andere (tot nu toe). Of zou dit een momentopname zijn?
Yalom meent dus dat één van de vele redenen die tot doodsangst leiden is: het besef je leven niet voluit geleefd te hebben zoals je het zou willen geleefd hebben. Het doet me denken aan een vriend die zo dikwijls gezegd heeft dat hij 'nog veel te goed had' en in die periode waarschijnlijk al wist dat hem niet veel tijd meer gegund was. Hij probeerde krampachtig en op zijn manier, nog zoveel mogelijk uit zijn leven te halen en ervan te genieten. Het doet me ook denken aan een uitspraak van dr. Wayne Dyer: 'Don't die with the music still inside you'. Werk aan de winkel dus.
Het boek doet me ook opnieuw de angsten bekijken, die ik in de loop der jaren trachtte te overwinnen. Ik had ze altijd zuiver als 'angst voor iets bepaalds' bekeken. Er zijn natuurlijk specifieke fobieën en sociale angsten die niets met de dood te maken hebben. Maar zijn niet vele angsten ook eigenlijk angst voor de dood? Als je bijvoorbeeld hoogtevrees hebt, dan ben je bang om te vallen. Wat gebeurd er als je valt? Je kan je pijn doen, iets breken of in het ergste geval het leven laten. Wanneer je watervrees hebt, ben je bang om te verdrinken, met andere woorden om dood te gaan. Iemand die bang is in het donker, wat vreest die eigenlijk? Monsters? Geesten? Overvallers? Verkrachters? Zeker de laatste twee kunnen leiden tot een abrupt einde van je leven, dus is daar weer de doodsangst. Iemand die bang is voor operaties en/of de narcose, is bang niet meer wakker te worden. Enzovoort.
Zeker niet alle, maar vele angsten zijn terug te brengen tot doodsangst.
Nu heeft deze angst ook iets positiefs: ze zorgt er voor dat we gevaar zien, herkennen en er naar handelen ten einde onszelf, en degenen waar wij verantwoordelijk voor zijn, in leven te houden. Het wordt negatief als deze angst(en) je leven gaat bepalen of er zwaar gaat op wegen.
Ondanks het zware gegeven, is Tegen de zon in kijken heel positief. Yalom reikt mensen, en ook therapeuten, positieve ideeën en mogelijkheden aan om met de angst voor de dood om te gaan.
Dit boek lezen is zeker één van de positieve dingen in mijn leven welk ik graag zou willen overdoen.
1 september 2015
Een heel mens
Categorieën en diagnoses ontnemen ons het zicht op de hele mens.
Dit is één van de bedenkingen die ik noteerde bij het lezen van het laatste boek van Irvin D. Yalom, psychiater en schrijver. Het stond niet in het boek met deze woorden, maar het kwam er op neer.
De Schopenhauer-kuur en Eendagsvlinders zijn de boeken die ik tot nu toe van Yalom heb gelezen. En er liggen er nog een paar van zijn hand te wachten.
De korte inhoud op de achterflap van Eendagsvlinders is wat me naar zijn boeken toe trok:
We zijn allemaal mensen van de dag. Er komt een tijd dat je alles bent vergeten, er komt een tijd dat iedereen jou is vergeten. Tweeduizend jaar geleden hield keizer Marcus Aurelius zichzelf - en zijn lezers - in zijn Overpeinzingen al dit soort lessen voor.
Tegenwoordig zijn de meeste psychotherapeutische behandelingen kortdurend en gericht op categorieën als depressie, verslaving of angst. Yalom gelooft daar niet in. Uit onderzoek blijkt keer op keer wat hij uit eigen ervaring weet: de belangrijkste factor in effectieve therapie is de relatie tussen therapeut en cliënt. Yalom hecht de grootst mogelijke waarde aan het opbouwen van een eerlijke en helpende relatie met zijn cliënten. Het gaat hem niet alleen om het ziektebeeld, maar om de hele mens.
In dit boek werpt Yalom aan de hand van zijn ervaringen met een tiental patiënten nieuw licht op wezenlijke levenskwesties die iedereen raken, zoals ouder worden, angst voor de dood, het maken van keuzes, fundamentele eenzaamheid en het zoeken naar een betekenisvol leven. Iedereen die geïnteresseerd is in menselijke psyche en in persoonlijke groei zal zich kunnen identificeren met de tijdloze, existentiële vragen die in dit boek aan de orde komen.
|
Gezien worden als een heel mens is iets wat me nauw aan het hart ligt. Iedereen maakt zich wel eens schuldig aan hokjesdenken, mezelf inbegrepen, omdat categorieën en hokjes een valse veiligheid bieden, maar ze reduceren de hele mens tot slechts een deel van wat hij is.
Vooral in de algemene geneeskunde en al zijn specialisaties, ziet men bijna nooit de mens, maar bijna altijd het 'geval', de 'ziekte' of 'aandoening' en wordt er heel symptoomgericht gewerkt.
Spijtig genoeg vergeten ook sommige therapeuten al eens de mens die ze voor zich hebben, en zien slechts een 'case'. Kort, symptoomgericht werken lijkt nu ook de regel te zijn of te worden bij psychische hulpverlening. Zo vlug en efficiënt mogelijk denkpatronen veranderen om de cliënt zo vlug mogelijk terug te laten functioneren in de maatschappij, is de boodschap. Met dat laatste is op zich niets mis, maar het korte karakter van dit soort therapieën belet de opbouw van een echte therapeut-cliënt relatie die vertrouwen en veiligheid inhoudt, welke ook weer basisvoorwaarden zijn voor het welslagen van een therapie. Iemand die de stap naar psychische hulpverlening zet, is heel kwetsbaar maar ook heel moedig en heeft recht op meer dan een op diagnose gebaseerde therapie. Ik deel de overtuiging dat het welslagen van een therapie slechts kan als iemand zich als een heel mens gezien weet en er een menselijke relatie bestaat tussen de cliënt en de therapeut. Dat vraagt natuurlijk ook moed van de therapeut, want een ander mens geheel en echt ontmoeten, is ook jezelf tegenkomen.
Om nog even terug te komen op Irvin Yalom's boeken: ze lezen vlot, althans zo ervaar ik het, en ik vind er raakpunten met mijn eigen existentiële vragen.
En soms ook antwoorden.
25 augustus 2015
Wild Thing
FB-testjes zijn over het algemeen gewoon leuk om te doen, maar veel waarde hecht ik er niet aan. Ten hoogste geven ze soms aanleiding tot wat reflectie.
Volgens één van deze testjes omschreef de klassieker 'Wild Thing' van de Troggs mij het best. Iemand reageerde met "Past niet bij jou, of toch?..."
Ja, ik kan mezelf daar wel in herkennen. Ik heb dan ook geantwoord met "There’s more to Susanna than meets the eye… Het zit van binnen".
Wild Thing is wel altijd één van mijn favoriete nummers aller tijden geweest, maar het nummer dat eerst in mij opkomt in die allertijden-lijst is eigenlijk ‘Suzanne’ van Leonard Cohen, of in de vertaling van Herman van Veen. Verder ‘Like a bird on a wire’ ook van Cohen, en ‘The times they are a changing’ van Dylan. Oh! Wat hoopte ik dat. De tijden zijn veranderd, alles verandert tenslotte, maar niet op de manier die we toen hoopten… maar dat is een andere topic.
Dat wilde ding ben ik dus wel, maar bijna altijd enkel binnenin. Dat wilde ding dat geleerd heeft zich in te houden: “wat zullen de mensen zeggen?” of “zo doe je toch niet!”. Vooral niet opvallen, niet uit de band springen, volgen; en dat lukte aardig want, hoe wild ook, met dat volgen had ik, als kind althans, niet zo’n probleem. Sowieso was ik een stille, wat introvert - weet ik nu – niet doorsnee, maar ik wist dat te camoufleren; een grijze muis op den duur, maar binnenin een kleurrijke vulkaan, een wilde rivier, een hele kosmos, een wereld, die maar een enkeling mocht betreden.
Het bloed kruipt waar het niet gaan kan! Vroeg of laat – eerder laat, zegt mijn 65-jarige ik – zal dat wilde ding uitbreken, of toch een beetje…
‘I have tried in my way to be free’ (L. Cohen).
18 juli 2015
17 mei 2015
14 mei 2015
Hokjes
Op het Wetenschappelijk Congres over hooggevoeligheid waarschuwde Prof. dr. Dirk Devroey - terecht - om hoogsensitieve mensen nu toch niet in één of ander hokje te gaan stoppen of voor het zichzelf in dat HSP hokje te zetten.
Hij is, vermoed ik, zelf niet hooggevoelig.
Want wat het tweede betreft - ik kan natuurlijk alleen maar voor mezelf spreken, maar ik denk dat veel HSP's het ook zo ervaren – denk ik dat weinig HSP’s dat zullen doen.
Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik niet in één van de hokjes paste die er al zijn. Ik ervaarde het als een grote doos, met daarin kleine doosjes, waar de meeste andere mensen zich in bevonden. Ik stond daar buiten (en keek er naar). Ik werd door mijn diverse omgevingen er wel op gewezen dat ik beter af zou zijn in zo’n hokje en dat heeft voor vele, inwendige, conflicten gezorgd.
Sinds ik weet dat ik een HSP ben, begrijp ik waarom dat zo was, maar geen haar op mijn hoofd denkt eraan om mezelf nu ergens in een hokje te gaan stoppen.
Het etiket HSP hielp me gewoon mezelf beter te begrijpen, maar ik hoef het nergens op te plakken. Ik voel mij het best buiten de grote groep (letterlijk en figuurlijk) en buiten de hokjes, eender welk hokje.
4 mei 2015
18 april 2015
Vernissage
Vandaag ben ik voor de allereerste maal naar een vernissage geweest. Van een beeldhouwer die werkt met steen.
Die stenen beelden heb ik moeten leren appreciëren. Ik hield, en houd nog steeds, meer van hout. Dat is warmer, althans voor mij. Maar zijn beelden zijn mooi en ik loop regelmatig eens bij hem langs wanneer hij aan het werk is. We praten dan wat over zijn nieuwste ‘kinderen’ en over wat er zoal speelt op dat moment. Soms drinken we iets. Dat vind ik fijne momenten.
Ook zijn tentoonstelling vind ik fijn en mooi, als ik ze kan bezoeken op een stil moment.
De vernissage daarentegen, lag mij niet zo. Met uitzondering van de beeldhouwer zelf, die altijd zichzelf is, vond ik heel het gedoe nogal geKUNSTeld. Een kleine honderd mensen stonden en zaten, cava in de hand, te luisteren naar een paar mini performances: voordracht, muziek, zang, een verhaal; helemaal niet slecht. Daarna volgde de sociale chitchat, ik veronderstel over Kunst, maar dat weet ik niet zeker want ik ben niet zo’n ‘social talker’, ik hield me bij mijn direct gezelschap, zijnde echtgenoot, zoon en schoondochter. Het zal wel aan mij liggen, maar ik zat er bij en keek er naar.
Een volgende keer laat ik de vernissage aan me voorbijgaan en zal ik weer gewoon in alle rust en stilte de tentoonstelling bezoeken en kunnen genieten van stenen beelden die tot mij spreken door er gewoon te zijn.
Die stenen beelden heb ik moeten leren appreciëren. Ik hield, en houd nog steeds, meer van hout. Dat is warmer, althans voor mij. Maar zijn beelden zijn mooi en ik loop regelmatig eens bij hem langs wanneer hij aan het werk is. We praten dan wat over zijn nieuwste ‘kinderen’ en over wat er zoal speelt op dat moment. Soms drinken we iets. Dat vind ik fijne momenten.
Ook zijn tentoonstelling vind ik fijn en mooi, als ik ze kan bezoeken op een stil moment.
De vernissage daarentegen, lag mij niet zo. Met uitzondering van de beeldhouwer zelf, die altijd zichzelf is, vond ik heel het gedoe nogal geKUNSTeld. Een kleine honderd mensen stonden en zaten, cava in de hand, te luisteren naar een paar mini performances: voordracht, muziek, zang, een verhaal; helemaal niet slecht. Daarna volgde de sociale chitchat, ik veronderstel over Kunst, maar dat weet ik niet zeker want ik ben niet zo’n ‘social talker’, ik hield me bij mijn direct gezelschap, zijnde echtgenoot, zoon en schoondochter. Het zal wel aan mij liggen, maar ik zat er bij en keek er naar.
Een volgende keer laat ik de vernissage aan me voorbijgaan en zal ik weer gewoon in alle rust en stilte de tentoonstelling bezoeken en kunnen genieten van stenen beelden die tot mij spreken door er gewoon te zijn.
12 april 2015
Poëziebundel 'Getijdeneiland' - de titel verklaard:
![]() |
| Getijdeneiland bij Bol.com |
Ook het beeld van de toegangsweg die twee maal per dag ‘overspoeld’ wordt waardoor het getijdeneiland min of meer afgezonderd of onbereikbaar wordt, is veelzeggend. Wanneer ik door een teveel aan prikkels overspoeld wordt, heb ik nood aan afzondering, aan alleen zijn op mijn eilandje en/of ben ik niet toegankelijk omdat het teveel aan prikkels mijn communicatieweg met de buitenwereld op diverse manieren kan afsluiten.
Op zo’n klein getijdeneiland is ook meestal geen plaats voor een massa mensen. Het is een soort toevluchtsoord voor enkelingen. De bewoner van zo’n eiland moet echter af en toe wel naar het vasteland om bevoorrading. Zo heeft ook de rustzoekende HSP die graag alleen is, toch behoefte aan anderen voor de nodige en hopelijk diepgaande sociale interactie.
'Getijdeneiland' is te koop in de webwinkel van Bol.com.
5 april 2015
Abonneren op:
Posts (Atom)































